Membership StartenTerugkerende omzet uit kennis

Index

Rekenhulp: hoeveel leden heb je nodig

Reken uit hoeveel betalende leden er horen bij het bedrag dat je per maand wilt overhouden en zie meteen wat het opzegpercentage met die uitkomst doet.

Rekenhulp: leden, maandbedrag en opzeggingen

Alles rekent direct mee. Er wordt niets opgeslagen of verstuurd.

%
%
+

Je hebt nodig

137

betalende leden om € 3.000 per maand over te houden, na € 150 vaste kosten.

In gewone zinnen

Vul je eigen cijfers in, dan staat hier wat ze betekenen.

Per lid, per maand
Wat het lid betaalt€ 29,00
Af: btw− € 5,03
Af: transactiekosten− € 0,87
Blijft over per lid€ 23,10
Bij dat aantal leden
Omzet per maand, inclusief btw€ 3.973
Omzet per jaar, exclusief btw€ 39.402
Opzeggingen per maand− 6,9 leden
Nodig om stil te staan+ 7 leden
Gemiddelde duur van een lidmaatschap20 maanden
Wat een lid je in totaal oplevert€ 462

Zo loopt het ledental op

Met de aanwas en opzeggingen die je hierboven invult, over drie jaar.

maand 1122436

Vul je eigen cijfers in en kijk wat er verandert.

Hoe je deze rekenhulp gebruikt

Vul bovenaan in wat je er per maand aan wilt overhouden, wat je per lid per maand vraagt en wat je kwijt bent aan btw, transactiekosten en vaste lasten. De uitkomst is het aantal betalende leden dat daarbij hoort. Alles rekent direct mee terwijl je typt of schuift. Er wordt niets opgeslagen en niets verstuurd.

Wat de velden betekenen

Wat wil je er per maand aan overhouden. Het bedrag dat na alle kosten overblijft, exclusief btw. Dat is dus niet je omzet en ook niet je nettoloon, want je inkomstenbelasting en je premies zitten er nog in.

Maandbedrag per lid, inclusief btw. Het bedrag dat je lid daadwerkelijk van zijn rekening ziet gaan. Als je aan consumenten levert, is dat het bedrag dat op je pagina hoort te staan. Zie je maandbedrag bepalen.

Btw-tarief. Voor de meeste memberships is dat 21 procent. Ga er niet zomaar vanuit dat je vrijgesteld bent, want daar gelden strikte voorwaarden voor. Zie btw op een membership.

Vaste kosten per maand. Alles wat doorloopt of je nu tien of driehonderd leden hebt: je platform, je e-mailsoftware, hosting, tools. Niet je uren.

Transactiekosten. Wat je betaaldienst rekent, als percentage van het bedrag dat binnenkomt. Bij automatische incasso met een vast tarief per transactie reken je dat om: dertig cent op een maandbedrag van twintig euro is anderhalf procent. Zie terugkerende betalingen regelen.

Opzeggingen per maand. Het deel van je leden dat elke maand vertrekt. Weet je het nog niet, reken dan eerst met vijf procent en pas het aan zodra je eigen cijfers binnen zijn. Zie opzeggingen meten.

Nieuwe leden per maand. Hoeveel aanmeldingen je realistisch per maand denkt binnen te halen. Dit getal bepaalt samen met het opzegpercentage waar je ledental blijft steken.

De drie uitkomsten waar het om gaat

Het aantal leden dat je nodig hebt. De belangrijkste uitkomst. Vergelijk hem met de grootte van je doelgroep en met wat je in een jaar denkt te kunnen werven. Komt er een getal uit waar je niet aan kunt komen, verhoog dan eerst je maandbedrag voordat je aan meer leden gaat denken.

Wat een lid je in totaal oplevert. Netto per maand gedeeld door je opzegpercentage. Dit is het bedrag dat je mag afzetten tegen je wervingskosten. Zie wat een lid je waard is.

Waar het ledental vastloopt. Je maandelijkse aanwas gedeeld door je opzegpercentage. Boven dat aantal kom je niet, hoe lang je ook doorgaat. De staafjes onderaan laten zien hoe dat over drie jaar verloopt.

Waar de rekenhulp geen rekening mee houdt

De som gaat uit van een gelijkmatig opzegpercentage over je hele bestand. In werkelijkheid vertrekken nieuwe leden veel sneller dan mensen die er al een jaar in zitten en dat wordt hier niet gesplitst. De uitkomst voor de waarde per lid is daardoor eerder aan de voorzichtige kant.

Ook worden jaarabonnementen niet apart gerekend en je eigen uren staan er niet in. Wat een jaarbedrag met je kaspositie doet, staat in jaar of maandabonnement.

Gebruik de uitkomsten dus om keuzes met elkaar te vergelijken, niet als voorspelling. Het gaat om de verhoudingen: wat gebeurt er als de prijs vijf euro omhoog gaat, of als het opzegpercentage een procentpunt daalt. Die antwoorden zijn betrouwbaar, ook als de absolute getallen dat niet zijn.