Btw is bij een membership geen bijzaak. Het gaat om ruim een vijfde van elk bedrag dat binnenkomt en als je het pas aan het eind van het jaar uitzoekt, blijkt het geld vaak al op te zijn. Dit artikel zet op een rij waar je naar moet kijken. Het is geen belastingadvies. Bij twijfel is de Belastingdienst of je boekhouder de plek om het te toetsen.
Het uitgangspunt: een membership is een dienst
Toegang tot online lessen, video's, een besloten omgeving of een archief is een dienst en meestal geldt daarvoor het algemene tarief van 21 procent.
Of het ook een elektronische dienst is, hangt af van de vorm. De Europese uitvoeringsverordening rekent geautomatiseerd afstandsonderwijs dat weinig of geen menselijk ingrijpen vergt tot de elektronische diensten, terwijl onderwijs waarbij een docent de inhoud over internet uiteenzet daar juist buiten valt. Een bibliotheek met opgenomen lessen is dus iets anders dan wekelijkse live sessies. Dat onderscheid maakt voor je tarief in Nederland meestal niets uit, maar wel voor de regels bij leden in andere EU-landen.
De verleiding is groot om te denken dat het onder onderwijs valt en dus vrijgesteld is. Voor beroepsonderwijs bestaat inderdaad een vrijstelling, maar die is aan strikte voorwaarden gebonden. Aanbieders van niet-wettelijk erkende beroepsopleidingen die daar gebruik van willen maken, laten zich inschrijven in het CRKBO, het register voor kort beroepsonderwijs, als docent of als instelling. Of jouw aanbod eronder valt, is een beoordeling die je niet zelf op gevoel mag doen. Ga er dus niet vanuit dat het vrijgesteld is voordat je dat hebt laten toetsen, want een naheffing over twee jaar abonnementsgeld is een groot bedrag.
In de rekenhulp staat ook een tarief van 9 procent. Dat komt voor bij digitale educatieve informatie die vrijwel uitsluitend voor het onderwijs is bestemd. Of een membership daaronder valt, hangt af van de inhoud en de doelgroep en is een vraag voor je boekhouder of voor de Belastingdienst zelf.
Elke maand is een prestatie
Bij een abonnement lever je elke maand opnieuw. Voor de btw betekent dat: over elke maand is btw verschuldigd op het moment dat je factureert of ontvangt.
Dat is meestal geen probleem bij maandelijkse incasso, want dan lopen factuur en betaling gelijk op. Het wordt interessanter als je een jaar vooruit laat betalen. Dan komt er in januari een heel jaarbedrag binnen inclusief btw, terwijl de dienst nog geleverd moet worden. Dat geld is niet allemaal van jou. Zet de btw apart, of houd in elk geval bij welk deel van je banksaldo nog naar de Belastingdienst gaat. Zie ook jaar of maandabonnement.
Leden uit andere EU-landen
Zodra je een lid uit België of Duitsland krijgt, verandert er iets. Bij digitale diensten aan particulieren in andere EU-landen is in beginsel de btw van het land van de klant verschuldigd.
Er is een drempel. Zolang je totale omzet aan afstandsverkopen en digitale diensten aan particulieren in andere EU-landen samen onder de 10.000 euro per jaar blijft, mag je gewoon Nederlandse btw rekenen. Ga je er in de loop van het jaar overheen, dan gelden de regels van het land van je klant meteen vanaf de transactie waarmee je de drempel passeert. Om te voorkomen dat je in elk land aangifte moet doen, bestaat de Unieregeling van het eenloketsysteem, ook bekend als One Stop Shop: één melding per kwartaal via de Nederlandse Belastingdienst voor al die landen samen.
Voor een klein membership klinkt dat zwaarder dan het is. De drempel van 10.000 euro haal je pas bij een flink aantal buitenlandse leden. Maar het is wel iets om in de gaten te houden, want je moet weten waar je leden wonen. Zorg dus dat je bij aanmelding het land vastlegt.
Zakelijke leden binnen de EU
Levert je aan een ondernemer in een ander EU-land met een geldig btw-nummer, dan verlegt de btw meestal naar de klant. Op je factuur staat dan geen btw, maar wel het btw-nummer van je klant en de vermelding dat de btw is verlegd. Je moet dat nummer wel controleren en je moet die leveringen apart opgeven. Dat is een ander regime dan bij particulieren, dus je systeem moet het verschil kunnen maken.
Je prijs tonen aan particulieren
Aan consumenten toon je de prijs inclusief btw. Dat is geen stijlkeuze maar een verplichting: artikel 38 van de Wet op de omzetbelasting 1968 verbiedt het om aan anderen dan ondernemers prijzen aan te bieden waarin de omzetbelasting niet is begrepen. "29 euro per maand" moet dus het bedrag zijn dat wordt afgeschreven, niet het bedrag waar nog 21 procent bij komt.
Bij verkoop op afstand komt daar artikel 6:230m lid 1 sub e van het Burgerlijk Wetboek bovenop: je moet de totale prijs inclusief alle belastingen noemen en bij een abonnement ook de kosten per factureringsperiode.
Zet er ook bij hoe vaak er wordt afgeschreven en wat de looptijd is. Bij een abonnement dat doorloopt tot opzegging, moet dat duidelijk zijn voordat iemand bevestigt. Zie opzegtermijn en stilzwijgende verlenging.
Richt je je op zakelijke afnemers, dan mag je exclusief btw tonen, mits je er duidelijk bij zet dat het exclusief is.
Facturen
Elk lid heeft recht op een correcte factuur. Bij particulieren is dat vaak geen eis, maar bij zakelijke leden wel en die vragen erom. Op een factuur horen in elk geval je naam en adres, je btw-nummer, het factuurnummer, de datum, de periode waarop het abonnement ziet, het bedrag exclusief btw, het btw-bedrag en het tarief.
Controleer voordat je een platform kiest of het dat automatisch kan, per lid, per maand, met doorlopende nummering. Handmatig facturen maken voor honderd leden per maand is werk dat je niet wilt. Zie soorten platformen.
Wat dit betekent voor je som
Reken je membership altijd door naar netto. Bij 21 procent houd je van 29 euro nog 23,97 euro over voordat je transactiekosten er zelfs maar af zijn. Dat scheelt in het aantal leden dat je nodig hebt en dat verschil is groot genoeg om je hele planning te verzetten. Vul je tarief in bij de rekenhulp en zie wat er overblijft.
Vindplaatsen
Gecontroleerd op 6 september 2026.
- Vrijstelling voor beroepsonderwijs en de rol van het CRKBO: Belastingdienst over de vrijstelling voor beroepsonderwijs en over beroepsopleidingen.
- Wanneer iets een elektronische dienst is: uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011, artikel 7 en bijlage I.
- Drempel van 10.000 euro en de Unieregeling: Belastingdienst over diensten aan particulieren binnen de EU en de KVK over de btw-regels voor e-commerce in de EU.
- Prijzen inclusief btw: artikel 38 Wet op de omzetbelasting 1968 en artikel 6:230m BW.
Verder in deze rubriek
01 Opzegtermijnen en stilzwijgende verlenging bij een membership Wat er wettelijk mag bij abonnementen aan consumenten: stilzwijgend verlengen, opzegtermijnen en de regel dat je online moet kunnen opzeggen als je online lid bent geworden. Regels en administratie 6 min 02 Hoeveel leden heb je nodig voor het inkomen dat je wilt De som achter een membership is simpel, maar er gaan drie dingen af voordat je iets overhoudt. Zo reken je uit wat je echt nodig hebt. Leden en omzet 5 min 03 Via welke soorten platformen kun je een membership beginnen Vier categorieën, van je eigen site tot een marktplaats. Wat elke soort je oplevert aan gemak en wat hij je kost aan vrijheid en marge. Waar je begint 5 min